Het brandt als je plast. Weer. Je huisarts schrijft opnieuw een antibioticakuur voor, de derde dit jaar. Ondertussen voelt je vagina droog en schraal, schuurt je ondergoed en is vrijen eerder pijnlijk dan fijn. Je partner merkt dat je seks ontwijkt, en jij weet eigenlijk niet goed hoe je het moet uitleggen.
Weet dit: je bent niet de enige, en het is niet 'gewoon ouder worden waar je mee moet leren leven'. Deze klachten hebben een naam: het urogenitaal syndroom van de menopauze. Het komt veel voor, het is goed te behandelen, en toch wordt er nauwelijks over gepraat. Niet bij de huisarts, niet tussen vriendinnen en vaak ook niet thuis.
In deze blog doorbreken we dat taboe. Je leest wat het urogenitaal syndroom is, hoe je de klachten herkent, waarom antibiotica het probleem niet oplossen en wat wel helpt. Van vaginale oestrogeen tot hyaluronzuur, plantaardige olie en bekkenbodemtraining. En hoe je het bespreekbaar maakt met je partner.
"Kort antwoord: door het dalen van oestrogeen worden de weefsels van je vagina, vulva, plasbuis en blaas dunner, droger en kwetsbaarder. Dat geeft droogheid, branderigheid, pijn bij seks en vaker blaasontstekingen. Anders dan opvliegers gaan deze klachten meestal niet vanzelf over. Glijmiddel en vochtinbrengende gels helpen bij lichte klachten. Lokale vaginale oestrogeen herstelt het weefsel zelf en verkleint ook de kans op terugkerende blaasontstekingen."
Wat is het urogenitaal syndroom?
Het urogenitaal syndroom van de menopauze (in het Engels genitourinary syndrome of menopause, GSM) is de verzamelnaam voor klachten van de vulva, de vagina, de plasbuis en de blaas door een tekort aan oestrogeen. Vroeger sprak men van 'vaginale atrofie' of 'atrofische vaginitis'. In 2014 kozen internationale beroepsverenigingen voor de nieuwe naam (Portman & Gass, 2014). De oude termen dekten de lading niet: het gaat niet alleen om je vagina, en ook niet alleen om ontsteking.
Wat er in je lichaam gebeurt
De weefsels van je vagina, vulva, plasbuis en blaasbodem zitten vol oestrogeenreceptoren. Zolang er genoeg oestrogeen is, blijft het slijmvlies dik, soepel, goed doorbloed en vochtig. Daalt oestrogeen in en na de overgang, dan:
- wordt het slijmvlies dunner, droger en minder elastisch;
- neemt de doorbloeding af en maak je minder vocht aan bij opwinding;
- verdwijnen de beschermende melkzuurbacteriën (lactobacillen) deels. De vagina wordt minder zuur: de pH stijgt;
- krijgen ongewenste bacteriën meer kans, ook rond de plasbuis. Daardoor neemt de kans op blaasontstekingen toe;
- wordt het weefsel van plasbuis en blaas gevoeliger. Je moet vaker of plotseling plassen.
Hoe vaak komt het voor?
De schattingen lopen uiteen, afhankelijk van hoe het onderzoek is gedaan. Grofweg heeft een kwart tot meer dan de helft van de vrouwen na de menopauze er last van (NAMS, 2020). Dat ten minste een op de drie vrouwen het herkent, is dus eerder voorzichtig dan overdreven.
Een belangrijk verschil met andere overgangsklachten: opvliegers nemen meestal na een aantal jaar af, het urogenitaal syndroom niet. Zonder behandeling worden de klachten met de jaren vaak juist erger (NAMS, 2020).
Waarom niemand het erover heeft
- Schaamte. Vagina, plassen en seks: drie onderwerpen waar veel vrouwen liever niet over praten. Zeker niet in een consult van tien minuten.
- Het idee dat het erbij hoort. Veel vrouwen denken dat droogheid en pijn bij vrijen nu eenmaal bij ouder worden horen.
- Niemand vraagt ernaar. Artsen beginnen er zelden zelf over, en vrouwen wachten tot de arts het vraagt.
- Klachten worden los gezien. De blaasontsteking gaat naar de huisarts, de pijn bij vrijen naar niemand. Het verband met je hormonen wordt niet gelegd.
Goed om te weten: het urogenitaal syndroom kan al in de perimenopauze beginnen, als je nog menstrueert. Ook bij borstvoeding, na verwijdering van de eierstokken, bij hormonale behandeling na borstkanker of bij gebruik van sommige hormonale middelen kun je deze klachten krijgen.
De klachten: zo herken je het urogenitaal syndroom
De klachten kunnen langzaam beginnen. Daardoor merk je pas laat dat ze bij elkaar horen. Kijk eens of je jezelf herkent in een of meer van deze groepen.
Vagina en vulva
- Droog, schraal of 'trekkerig' gevoel
- Branden, jeuk of irritatie, soms al bij zitten, fietsen of strak ondergoed
- Minder of andere afscheiding
- Kleine kloofjes of een beetje bloedverlies na vrijen
- Een vagina die korter of nauwer aanvoelt
Blaas en plasbuis
- Vaker of plotseling moeten plassen, ook 's nachts
- Een branderig gevoel bij het plassen, ook als er geen infectie is
- Steeds terugkerende blaasontstekingen
- Urineverlies bij hoesten, niezen of sporten, of als je de wc niet op tijd haalt
Seks en intimiteit
- Pijn bij binnendringen of tijdens het vrijen
- Minder vocht bij opwinding
- Minder zin, vaak omdat je pijn verwacht
- Een branderig of rauw gevoel na de seks
Je hoeft niet al deze klachten te hebben. Sommige vrouwen hebben vooral blaasklachten, anderen vooral pijn bij vrijen. Het is allemaal hetzelfde syndroom.
Urogenitaal syndroom of een infectie?
De klachten lijken op die van een blaasontsteking of een vaginale infectie. Het verschil is niet altijd zelf te zien, dus laat het bij twijfel onderzoeken. Een paar aanwijzingen:
| Urogenitaal syndroom | Blaasontsteking | Schimmel of bacteriële infectie | |
|---|---|---|---|
| Begin | Geleidelijk, over maanden | Vrij plotseling | Vrij plotseling |
| Plassen | Vaak moeten, licht branden | Pijnlijk, vaak kleine beetjes, soms bloed | Branden aan de buitenkant |
| Afscheiding | Weinig of minder | Geen verandering | Wit en kruimelig, of grijs met vislucht |
| Urinetest | Vaak schoon | Bacteriën aangetoond | Niet van toepassing |
| Na behandeling | Komt steeds terug | Gaat over met een kuur | Gaat over met behandeling |
Een belangrijk signaal: heb je steeds 'blaasontstekingsklachten', maar is de urine vaak schoon? Of komen de klachten na elke kuur snel terug? Denk dan aan het urogenitaal syndroom en bespreek dat met je huisarts.
Waarom antibiotica het niet oplossen
Bij een echte blaasontsteking zijn antibiotica nodig en effectief. Maar bij het urogenitaal syndroom bestrijden ze alleen het gevolg, niet de oorzaak.
De vicieuze cirkel
- Door minder oestrogeen verdwijnen de beschermende melkzuurbacteriën en wordt de vagina minder zuur.
- Darmbacteriën zoals E. coli krijgen meer kans om zich rond de plasbuis te nestelen.
- Je krijgt een blaasontsteking en slikt een antibioticakuur.
- De antibiotica doden ook je goede bacteriën, maar het dunne slijmvlies en de hoge pH blijven.
- Een paar weken later begint het opnieuw.
Bovendien geven veel vrouwen met het urogenitaal syndroom 'blaasklachten' zonder dat er een infectie is. Antibiotica helpen dan helemaal niet. Elke kuur vergroot daarnaast de kans op resistente bacteriën.
Wanneer heet het 'terugkerend'?
Artsen spreken van terugkerende (recidiverende) blaasontstekingen bij 2 of meer ontstekingen in 6 maanden, of 3 of meer in een jaar (AUA/CUA/SUFU, 2019).
Wat wél helpt: het slijmvlies herstellen
De kern van de oplossing ligt in het herstellen van het slijmvlies en de vaginale flora. Daar speelt lokale vaginale oestrogeen een sleutelrol.
- In een klassieke studie kregen vrouwen na de menopauze met terugkerende blaasontstekingen vaginale estriolcrème of een placebo. In de estriolgroep daalde het aantal blaasontstekingen sterk. De melkzuurbacteriën kwamen terug en de pH daalde (Raz & Stamm, 1993).
- De Amerikaanse urologische richtlijn adviseert artsen om vaginale oestrogeen aan te bieden aan vrouwen in en na de overgang met terugkerende blaasontstekingen, als er geen bezwaar is (AUA/CUA/SUFU, 2019).
- Ook de Nederlandse huisartsenrichtlijn noemt vaginaal estriol als mogelijkheid om terugkerende blaasontstekingen na de overgang te voorkomen (NHG-Standaard Urineweginfecties).
Vraag het je huisarts: krijg je steeds blaasontstekingen en ben je in of na de overgang? Vraag dan of vaginale oestrogeen een optie voor je is, voordat je de zoveelste kuur krijgt.
Wat helpt? De behandelopties op een rij
Er is veel mogelijk, van zelfzorg tot medicatie. Vaak werkt een combinatie het best.
1. Vochtinbrengende gels (moisturizers)
Een vaginale vochtinbrengende gel gebruik je regelmatig, los van seks, bijvoorbeeld 2 tot 3 keer per week. Ze binden vocht aan het slijmvlies en verminderen droogheid en schuren. Richtlijnen noemen glijmiddelen en vochtinbrengers de eerste stap bij lichte klachten (NAMS, 2020).
Let op bij het kiezen: sommige producten bevatten veel glycerine, parfum of conserveermiddelen. Die kunnen het gevoelige slijmvlies juist irriteren. Kies een product dat speciaal voor de vagina is gemaakt, zonder parfum, parabenen en ftalaten.
2. Hyaluronzuur
Hyaluronzuur is een stof die je lichaam zelf maakt en die veel vocht kan vasthouden. Het zit in veel vaginale gels en zetpillen zonder hormonen. In kleinere studies verminderde hyaluronzuur droogheid en irritatie, soms vergelijkbaar met een lage dosis estriol. Het bewijs is nog beperkt, maar het is een goede hormoonvrije optie, ook voor vrouwen die geen hormonen mogen of willen.
3. Glijmiddel
Een glijmiddel gebruik je tijdens het vrijen. Het maakt binnendringen comfortabeler en voorkomt kloofjes.
- Op waterbasis: veilig met condooms, maar droogt sneller op.
- Op siliconenbasis: blijft langer glad en is veilig met latex condooms.
- Op oliebasis: zie hieronder.
4. Plantaardige olie
Veel vrouwen gebruiken kokosolie, olijfolie of amandelolie om de vulva te verzorgen of als glijmiddel. Het is eenvoudig, goedkoop en voor veel vrouwen prettig. Er is nog weinig onderzoek naar.
- Olie beschadigt latex condooms. Gebruik je condooms, kies dan een glijmiddel op water- of siliconenbasis.
- Gebruik pure, ongeparfumeerde olie en stop als je irritatie of jeuk krijgt.
- Ben je gevoelig voor schimmelinfecties, wees dan voorzichtig met olie in de vagina.
5. Lokale vaginale oestrogeen
Dit is de meest effectieve behandeling als glijmiddel en gels niet genoeg helpen (NAMS, 2020). Het gaat om een lage dosis oestrogeen in een crème, zetpil, tablet of ring, die je direct in de vagina gebruikt. In Nederland wordt vaak estriol voorgeschreven.
- Het herstelt het slijmvlies, brengt de melkzuurbacteriën terug en verlaagt de pH.
- Het helpt tegen droogheid, pijn bij vrijen, plasklachten en terugkerende blaasontstekingen.
- Heel weinig komt in je bloed terecht. Daarom geldt het als veilig voor de meeste vrouwen. Je hebt er geen progestageen bij nodig om je baarmoeder te beschermen (NAMS, 2020).
- Je merkt vaak na een paar weken verschil. Het volledige effect zie je na 2 tot 3 maanden. Stop je, dan komen de klachten meestal terug.
- Heb je (of gehad) borstkanker? Bespreek dan met je oncoloog of behandelaar wat voor jou veilig is. Meestal start je dan eerst met hormoonvrije middelen.
Een veelvoorkomend misverstand: vaginale oestrogeen is iets anders dan hormoontherapie die door je hele lichaam gaat. De dosis is veel lager en werkt vooral plaatselijk.
Lees meer in onze blog over hormoontherapie in de overgang.
6. Bekkenbodemfysiotherapie
Je bekkenbodem draagt je blaas, baarmoeder en darm. Een bekkenbodem fysiotherapeut helpt je bij:
- Urineverlies: gerichte bekkenbodemtraining helpt goed bij urineverlies bij hoesten, niezen en sporten.
- Pijn bij vrijen: soms zijn de bekkenbodemspieren juist te gespannen, uit pijn of angst voor pijn. Leren ontspannen helpt dan.
- Doorbloeding en bewustwording: een goed werkende bekkenbodem draagt bij aan comfort en gevoel.
7. Andere opties
Voor sommige vrouwen zijn er nog andere middelen, zoals vaginale DHEA (prasteron) of een tablet die lokaal op het vaginale weefsel werkt (ospemifeen). Bespreek met je arts of die bij je passen. Vaginale laserbehandelingen worden aangeboden, maar het bewijs is nog onvoldoende om ze standaard aan te raden.
8. Cranberry, vitamine C en andere supplementen
Ben je gevoelig voor blaasontstekingen? Dan raden huisartsen steeds vaker cranberry aan. De Nederlandse huisartsenrichtlijn noemt cranberry (D-mannose) als zelfzorgmiddel dat je kunt bespreken als je 3 of meer blaasontstekingen per jaar hebt (NHG-Standaard Urineweginfecties).
Wat doet cranberry?
Cranberry bevat proanthocyanidinen (PAC's). Die maken het voor E. coli, de bacterie achter de meeste blaasontstekingen, moeilijker om zich aan de blaaswand te hechten (Williams e.a., 2023). Cranberry doodt dus geen bacteriën zoals een antibioticum. Het helpt voorkomen dat ze zich vastzetten. Daarom werkt het als preventie, niet als behandeling van een blaasontsteking die je al hebt.
Wat zegt het onderzoek?
Een grote Cochrane-review (50 studies, bijna 8.900 deelnemers) concludeert:
- Bij vrouwen met terugkerende blaasontstekingen verkleint cranberry waarschijnlijk de kans op een nieuwe blaasontsteking, met ongeveer een kwart (Williams e.a., 2023).
- Over alle groepen samen daalde het risico met ongeveer 30%.
- Geen duidelijk effect zagen de onderzoekers bij ouderen in verpleeghuizen, bij zwangere vrouwen en bij mensen die hun blaas niet goed leeg kunnen plassen.
- Sommige mensen kregen er buikklachten van.
Zo gebruik je het: de huisartsenrichtlijn noemt cranberrytabletten van 2 keer per dag 500 mg, of cranberrysap (ongezoet). Evalueer na enkele maanden tot een jaar of het helpt (NHG-Standaard Urineweginfecties). Kies bij voorkeur capsules met een vermelde hoeveelheid PAC's. Cranberrysap bevat vaak veel suiker. Gebruik je bloedverdunners zoals warfarine, overleg dan eerst met je arts of apotheker.
En vitamine C?
Cranberry wordt vaak gecombineerd met vitamine C. Vitamine C draagt bij aan een normale werking van je afweersysteem en is nodig voor de aanmaak van collageen, een bouwstof van je slijmvliezen. Dat maakt het een logische ondersteuning. Toch is er weinig goed onderzoek dat laat zien dat vitamine C, los of samen met cranberry, blaasontstekingen voorkomt. Zie het daarom als ondersteuning van je weerstand, niet als bewezen bescherming van je blaas.
Andere orthomoleculaire opties
| Supplement | Hoe het zou werken | Wat het onderzoek zegt |
|---|---|---|
| D-mannose | Een suiker die E. coli bindt, zodat de bacterie met de urine wordt uitgeplast | De huisartsenrichtlijn noemt het als optie, met onbekende optimale dosis. In een grote Britse studie bij vrouwen met terugkerende blaasontstekingen gaf D-mannose echter geen minder blaasontstekingen dan een placebo (Hayward e.a., 2024). |
| Melkzuurbacteriën (probiotica) | Herstellen de beschermende vaginale flora | Vaginaal toegediende Lactobacillus crispatus verminderde in een studie het aantal terugkerende blaasontstekingen (Stapleton e.a., 2011). Voor probiotica via de mond is het bewijs wisselend. |
| Vitamine D | Ondersteunt het afweersysteem en de aanmaak van natuurlijke afweerstoffen in de blaaswand | Lage vitamine D-spiegels gaan in onderzoek samen met meer blaasontstekingen, maar dat bewijst geen oorzaak. Laat je spiegel meten en vul een tekort aan. |
Goed om te weten: het sterkst onderbouwd na de overgang blijft vaginale oestrogeen, omdat het de oorzaak aanpakt: het dunne slijmvlies en het verlies van melkzuurbacteriën. Cranberry en andere supplementen kun je daarnaast gebruiken. Daarnaast bestaat er een niet-antibiotisch medicijn, methenamine, dat je huisarts kan voorschrijven ter voorkoming van blaasontstekingen. Bespreek de mogelijkheden met je huisarts of met mij in een 1-op-1 gesprek.
Eerste hulp bij ongemakken
Deze tips kun je vandaag nog toepassen. Ze vervangen geen behandeling, maar geven vaak al verlichting.
Bij droogheid en branden
- Was je vulva alleen met lauw water. Zeep, intieme wasgels, doekjes en douches verstoren de natuurlijke bescherming.
- Draag katoenen ondergoed en vermijd strakke broeken en inlegkruisjes met een plastic laagje.
- Gebruik een vochtinbrengende gel of wat pure olie op de vulva als het schuurt.
- Spoel na het plassen eventueel met lauw water, als branden aan de buitenkant pijn doet.
Bij plasklachten
- Drink voldoende: ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag, verspreid over de dag.
- Plas niet te lang op, maar ook niet 'voor de zekerheid' heel vaak.
- Plas na het vrijen. Zo spoel je bacteriën weg uit de plasbuis.
- Veeg van voor naar achter.
- Beperk koffie, alcohol en koolzuurhoudende dranken als je merkt dat je blaas daarop reageert.
Bij pijn tijdens het vrijen
- Neem ruim de tijd voor opwinding. Meer opwinding geeft meer doorbloeding en vocht.
- Gebruik altijd iets wat glad maakt, en niet te zuinig.
- Kies een houding waarin jij de diepte en het tempo bepaalt.
- Stop als het pijn doet. Doorgaan met pijn maakt de spieren gespannener en de pijn erger.
- Intimiteit is meer dan gemeenschap. Ook aanraken, masseren en samen ontdekken telt.
Wanneer naar de huisarts?
Ga naar je huisarts als:
- je bloedverlies hebt na de menopauze (ook een beetje). Dit moet altijd onderzocht worden;
- je pijn hebt bij het plassen met koorts, rillingen of pijn in je zij of rug. Dan wil je dezelfde dag een arts zien;
- je bloed in je urine ziet;
- je steeds blaasontstekingen hebt, of klachten die na een kuur snel terugkomen;
- je afscheiding verandert van kleur of geur, of je erg jeuk hebt;
- je witte, glanzende plekken, kloofjes of wondjes op je vulva ziet die niet weggaan;
- je een bobbel of zwaar gevoel in je vagina voelt (mogelijk een verzakking);
- zelfzorg na een paar weken niet genoeg helpt, of de klachten je leven of relatie beperken.
Tip voor het gesprek: schrijf je klachten op en noem ze bij naam: "Ik heb een droge vagina, pijn bij vrijen en steeds blaasontstekingen. Kan dit het urogenitaal syndroom zijn? Is vaginale oestrogeen een optie voor mij?" Onze Gesprekskaart huisarts helpt je om je voor te bereiden. Vind je het lastig met je huisarts, vraag dan naar een praktijkondersteuner, een gynaecoloog of een overgangsconsulent.
Gratis download
Gesprekskaart huisarts: overgangsklachten
Bereid je afspraak goed voor: met checklijsten, invulbladen en voorbeeldzinnen maak je je klachten concreet en bespreekbaar. Je ontvangt de kaart direct in je mail.
Erover praten met je partner
Pijn bij vrijen raakt niet alleen jou. Als je seks gaat vermijden zonder uit te leggen waarom, kan je partner denken dat het aan hem of haar ligt. Zo ontstaat afstand, terwijl jullie eigenlijk hetzelfde willen: dicht bij elkaar zijn.
Waarom het helpt om het te benoemen
- Je partner begrijpt dat het een lichamelijke oorzaak heeft, geen afwijzing.
- Jullie kunnen samen zoeken naar wat wel fijn is.
- De spanning verdwijnt. En minder spanning betekent vaak ook minder pijn.
Zo begin je het gesprek
- Kies een rustig moment, niet in bed en niet direct na een afgebroken vrijpartij.
- Begin bij jezelf: "Ik merk dat vrijen de laatste tijd pijn doet, en daarom ontwijk ik het soms. Dat heeft niets met jou te maken."
- Leg uit wat er gebeurt: "Door de overgang wordt mijn vagina droger en dunner. Dat heet het urogenitaal syndroom, en het komt heel veel voor."
- Vertel wat je nodig hebt: "Ik wil graag meer tijd, glijmiddel gebruiken en zelf het tempo bepalen."
- Nodig uit: "Wat vind jij fijn? Laten we samen uitzoeken wat werkt."
Intimiteit opnieuw ontdekken
Deze fase kan ook een kans zijn om intimiteit breder te zien dan gemeenschap. Massage, samen douchen, strelen, zoenen en elkaar op andere manieren laten genieten. Haal de druk eraf: niet elke vrijpartij hoeft te eindigen met binnendringen.
Lukt het niet samen? Een seksuoloog of relatietherapeut kan jullie helpen. Je huisarts kan je doorverwijzen.
Je hoeft dit niet alleen op te lossen
Het urogenitaal syndroom is goed te behandelen. Het begint met erover durven praten. Als orthomoleculair cyclus- en hormoonexpert kijk ik met je naar het hele plaatje: je hormonale fase, je klachten, je voeding en leefstijl, en wat je nodig hebt om je weer prettig te voelen in je lichaam. En ik help je om goed voorbereid naar je huisarts te gaan als dat nodig is.
Eerst zelf ontdekken waar je staat?
Doe de gratis Overgangskompas-quiz en ontdek in welke fase je zit.
Download de Gesprekskaart huisarts.
Praat mee in onze Facebookgroep Moeiteloos Vruchtbaar.
Begrijp je hormonen met Daysy
Menstrueer je nog? Met Daysy zie je in je curve of je nog ovuleert en hoe je cyclus verandert in de jaren voor de overgang. Zo zie je zwart op wit in welke fase je zit, en kun je klachten zoals droogheid koppelen aan wat je hormonen doen.
Disclaimer: deze blog geeft algemene informatie en vervangt geen medisch advies. Heb je bloedverlies na de menopauze, koorts of pijn in je zij bij plasklachten, bloed in je urine of andere zorgen, ga dan naar je huisarts. Gebruik hormonen alleen in overleg met je arts. Daysy is een vruchtbaarheidsmonitor, geen behandeling voor het urogenitaal syndroom en geen anticonceptiemiddel.
Veelgestelde vragen
Gaat een droge vagina in de overgang vanzelf over?+
Meestal niet. Anders dan opvliegers worden de klachten van het urogenitaal syndroom zonder behandeling vaak juist erger met de jaren (NAMS, 2020).
Is vaginale oestrogeen veilig?+
Voor de meeste vrouwen wel. De dosis is laag en er komt heel weinig in je bloed. Je hebt geen progestageen nodig ter bescherming van je baarmoeder (NAMS, 2020). Heb je (gehad) borstkanker, overleg dan met je behandelaar.
Waarom krijg ik na de overgang steeds blaasontstekingen?+
Door minder oestrogeen verdwijnen beschermende melkzuurbacteriën en wordt het slijmvlies dunner. Bacteriën krijgen zo makkelijker kans. Vaginale oestrogeen kan de kans op nieuwe blaasontstekingen verkleinen (Raz & Stamm, 1993; AUA/CUA/SUFU, 2019).
Mag ik kokosolie als glijmiddel gebruiken?+
Veel vrouwen doen dat met plezier. Gebruik het niet met latex condooms, want olie maakt latex poreus, minder betrouwbaar. Stop als je irritatie krijgt.
Helpt hyaluronzuur net zo goed als hormonen?+
In kleinere studies gaf hyaluronzuur een vergelijkbare verlichting van droogheid. Het herstelt het slijmvlies minder grondig dan vaginale oestrogeen. Het is een goede hormoonvrije optie.
Kan ik ook al in de perimenopauze last krijgen?+
Ja. De klachten kunnen al beginnen als je nog menstrueert, zeker als je oestrogeen sterk schommelt of daalt.
Bronnen
- The North American Menopause Society (2020). The 2020 genitourinary syndrome of menopause position statement. Menopause, 27(9), 976–992.
- Portman DJ, Gass MLS (2014). Genitourinary syndrome of menopause: new terminology for vulvovaginal atrophy from the International Society for the Study of Women's Sexual Health and The North American Menopause Society. Menopause, 21(10), 1063–1068.
- Raz R, Stamm WE (1993). A controlled trial of intravaginal estriol in postmenopausal women with recurrent urinary tract infections. New England Journal of Medicine, 329(11), 753–756.
- Anger J e.a. (2019). Recurrent uncomplicated urinary tract infections in women: AUA/CUA/SUFU guideline. Journal of Urology, 202(2), 282–289.
- NHG-Standaard Urineweginfecties.
- Thuisarts.nl. Informatie over de overgang en een droge vagina.
- Williams G, Hahn D, Stephens JH, Craig JC, Hodson EM (2023). Cranberries for preventing urinary tract infections. Cochrane Database of Systematic Reviews, 11, CD001321.
- Hayward G e.a. (2024). D-mannose for prevention of recurrent urinary tract infection among women: a randomized clinical trial. JAMA Internal Medicine, 184(6), 619–628.
- Stapleton AE e.a. (2011). Randomized, placebo-controlled phase 2 trial of a Lactobacillus crispatus probiotic given intravaginally for prevention of recurrent urinary tract infection. Clinical Infectious Diseases, 52(10), 1212–1217.
Als er iets in je lichaam niet goed voelt, neem dan contact op met je arts. Het Daysy Journaal is educatief en geen medisch advies.
Van de makers van dit Journaal
Breng cyclusbewustzijn in je ochtend.
De Daysy Cyclus Tracker is een hormoonvrije manier om je cyclus helderder te leren begrijpen — ontworpen voor vrouwen die dagelijks inzicht zoeken.


